Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 augustus 2021 in de zaken tussen
[eiser 2] en [eiser 3] , [eiser 4] en [eiser 5] ,
[vergunninghouder](vergunninghouder), uit [plaats] .
Rechtbank Midden-Nederland
Eisers maakten bezwaar tegen een omgevingsvergunning die het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gooise Meren had verleend voor het wijzigen van een winkelpand in vijf appartementen, inclusief gevelwijzigingen. Het college verklaarde de bezwaren niet-ontvankelijk en eisers gingen in beroep bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat het college de besluiten ten onrechte volledig baseerde op het advies van de commissie voor bezwaarschriften, dat onjuiste informatie bevatte over het aantal benodigde parkeerplaatsen. Hierdoor ontbrak een deugdelijke motivering, wat vernietiging van de besluiten noodzakelijk maakte.
Echter, de rechtbank stelde vast dat eisers geen belanghebbenden zijn omdat zij geen gevolgen van enige betekenis ondervinden van de vergunning. De vermeende toename van parkeerdruk is gering en het zicht op het pand beperkt, waardoor de rechtsgevolgen van de vergunning in stand kunnen blijven.
De rechtbank verklaarde de beroepen gegrond, vernietigde de bestreden besluiten, maar liet de rechtsgevolgen van de vergunning in stand. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan eisers.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de niet-ontvankelijk verklaarde besluiten maar laat de rechtsgevolgen van de omgevingsvergunning in stand en veroordeelt het college tot proceskostenvergoeding.