ECLI:NL:RBMNE:2021:412
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-waarde woning afgewezen ondanks procesrechtelijk gebrek
Eiseres betwistte de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van haar woonboerderij aan een adres te een woonplaats, vastgesteld op €507.000,- voor het belastingjaar 2019. Verweerder handhaafde deze waarde en overlegde een taxatiematrix met vergelijkingsobjecten. Eiseres voerde aan dat verweerder onvoldoende rekening hield met gedateerde voorzieningen en een onjuiste kadastrale splitsing, wat de rechtbank echter niet aannam.
Daarnaast stelde eiseres dat verweerder niet tijdig de grondstaffel en KOUDV- en liggingsfactoren had verstrekt, in strijd met artikel 40 Wet Pro WOZ en artikel 7:4 Awb Pro. De rechtbank oordeelde dat deze gegevens op grond van de wet en jurisprudentie wel degelijk tijdig ter inzage hadden moeten worden gelegd, wat verweerder niet had gedaan. Dit leidde tot een ongelijkwaardige procespositie van eiseres.
Desondanks vond de rechtbank dat dit procesrechtelijke gebrek niet tot vernietiging van de uitspraak op bezwaar leidde, omdat de waarde niet te hoog was vastgesteld en eiseres alsnog de gegevens in beroep kon inzien en betwisten. Wel werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van eiseres.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek van eiseres tot een lagere WOZ-waarde af. De uitspraak werd gedaan door rechter J.R. van Es-de Vries op 6 januari 2021.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde van €507.000,- wordt ongegrond verklaard, met een proceskostenvergoeding aan eiseres.