ECLI:NL:RBMNE:2021:4048
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning voor belastingjaar 2020
De heffingsambtenaar van de gemeente stelde de WOZ-waarde van een hoekwoning aan de [adres 1] in [plaats] voor het belastingjaar 2020 vast op €276.000,-. Eiser betwistte deze waarde en stelde een lagere waarde van €265.000,- voor. De rechtbank beoordeelde de onderbouwing van de heffingsambtenaar, die een taxatiematrix en toelichting overlegde.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk had gemaakt dat de vastgestelde waarde niet te hoog was. De taxatiematrix toonde een vergelijking met referentiewoningen, waarbij rekening was gehouden met verschillen in gebruiksoppervlakte en perceelgrootte. De indexering werd als inzichtelijk beoordeeld, ondanks dat het indexeringspercentage niet expliciet was onderbouwd met marktgegevens.
Verder verwierp de rechtbank het bezwaar van eiser tegen de gehanteerde m2-prijs voor een aanbouw, waarbij een lager percentage van 85% van de normale waarde werd toegepast conform richtlijnen van de Waarderingskamer. Eiser had onvoldoende onderbouwing geleverd om deze methode te betwisten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter R.C. Stijnen en griffier M. van der Knijff op 23 augustus 2021.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €276.000,- wordt ongegrond verklaard.