ECLI:NL:RBMNE:2021:3089
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde geschakelde woning te Utrecht voor belastingjaar 2020
Eiseres betwistte de door de gemeente vastgestelde WOZ-waarde van haar woning aan een adres te Utrecht, gesteld op €603.000,- per peildatum 1 januari 2019. Zij stelde een lagere waarde van €559.000,- voor en voerde aan dat de vergelijkingsmethode onjuist was toegepast, onder meer door onjuiste waardering van referentieobjecten en onvoldoende rekening houden met de onderhoudstoestand.
De gemeente handhaafde de waarde en onderbouwde dit met een taxatiematrix waarin de woning werd vergeleken met meerdere referentiewoningen in Utrecht. De rechtbank oordeelde dat de gemeente aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld, mede doordat de verschillen tussen de woning en referentieobjecten adequaat waren verwerkt.
De rechtbank verwierp de bezwaren van eiseres over de grootte van referentieobjecten, de waardering van een guesthouse en de onderhoudstoestand. Ook werd geoordeeld dat de gemeente voldoende inzicht had gegeven in de waarderingsmethodiek en dat de aangevoerde afwijkingen onvoldoende waren onderbouwd.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de vastgestelde WOZ-waarde van €603.000,- bleef gehandhaafd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €603.000,- wordt ongegrond verklaard.