Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 juli 2021 in de zaak tussen
[eiser], te [woonplaats],
Inleiding
2 december 2019 heeft eiser een uitkering aangevraagd op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA).
28 november 2020, gebaseerd op een mate van arbeidsongeschiktheid van 47,92% (het primaire besluit).
Overwegingen
- verweerder de mate van arbeidsongeschiktheid van eiser juist heeft vastgesteld per datum einde wachttijd (5 september 2019);
“Belanghebbende kan zich redelijk verwoorden. Af en toe kan hij niet op woorden komen”) en is voorgevallen (
“… wordt boos en spreekt met stemverheffing en neemt geen deel meer aan de hoorzitting”). Gelet hierop ziet de rechtbank geen aanleiding het medische onderzoek onzorgvuldig te achten, enkel omdat de hoorzitting in bezwaar telefonisch heeft plaatsgevonden. De rechtbank merkt in dit verband nog op dat in dit geval het beantwoorden van de vraag of een fysieke hoorzitting noodzakelijk is, een medische beoordeling vergt en eiser geen medische stukken in het geding heeft gebracht waaruit blijkt dat hij vanwege zijn beperkingen niet in staat was om deel te nemen aan een telefonische hoorzitting.