ECLI:NL:RBMNE:2021:2952
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WW-uitkering en oplegging boete wegens schending inlichtingenplicht
Eiser ontving een WW-uitkering van september 2016 tot januari 2017 en van november 2017 tot september 2018. Het UWV herzag de uitkering over december 2016 tot januari 2017 en vorderde €3.628,88 terug, omdat eiser werkzaamheden zou hebben verricht zonder dit te melden. Tevens werd een boete van €1.814,93 opgelegd wegens schending van de inlichtingenplicht.
Eiser stelde dat de betalingen die hij ontving een startbonus waren voor een dienstverband vanaf februari 2017 en dat hij geen werkzaamheden had verricht in de WW-periode. De rechtbank oordeelde dat het UWV aannemelijk had gemaakt dat de betalingen betrekking hadden op werkzaamheden in de uitkeringsperiode, mede door een onkostenvergoeding in januari 2017 en het ontbreken van bewijs voor een startbonus.
Omdat eiser geen inzage gaf in zijn urenadministratie, kon het UWV het recht op uitkering niet vaststellen. De rechtbank bevestigde dat eiser de inlichtingenplicht had geschonden en dat de boete terecht was opgelegd. De beroepen tegen de herziening en boete werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen tegen de herziening van de WW-uitkering en de boete wegens schending van de inlichtingenplicht zijn ongegrond verklaard.