ECLI:NL:RBMNE:2021:2950
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen WIA-uitkeringsbesluit ondanks geschil over functionele beperkingen
De werkgever van een werknemer maakte bezwaar tegen een WIA-uitkeringsbesluit waarin de werknemer voor 49,78% arbeidsongeschikt werd verklaard. De werkgever stelde dat de functionele beperkingen te zwaar waren vastgesteld zonder medische onderbouwing, en dat de werknemer minder dan 35% arbeidsongeschikt zou moeten zijn.
Na een verzekeringskundig en arbeidskundig onderzoek bleef de functionele mogelijkhedenlijst ongewijzigd, maar werd de arbeidsongeschiktheid verhoogd naar 50,53%. De rechtbank benoemde een onafhankelijke deskundige die de medische situatie van de werknemer beoordeelde en concludeerde dat de beperkingen passend en goed ingeschat waren.
De rechtbank volgde het oordeel van deze deskundige en verwierp het verweer van de werkgever dat het rapport onvoldoende was. Ook het bezwaar tegen de gekozen functies faalde omdat het medische oordeel niet veranderde.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van de werkgever tegen het WIA-uitkeringsbesluit wordt ongegrond verklaard.