Verzoeker, een taxichauffeur, heeft een aanvraag ingediend voor een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) die door de Minister voor Rechtsbescherming is afgewezen op basis van strafbare feiten vermeld in het Justitieel Documentatie Systeem (JDS). Deze feiten omvatten onder meer overtredingen zoals rijden onder invloed, rijden tijdens rijontzegging, hennepteelt, diefstal met braak en overtredingen van de Wet wapens en munitie.
Verzoeker betoogde dat er onvoldoende onderzoek was gedaan naar de omstandigheden van de strafbare feiten en verwees naar jurisprudentie die nader onderzoek zou vereisen. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat de Minister terecht heeft geweigerd omdat de strafbare feiten, ook indien nog niet onherroepelijk, voldoende grond vormen om een VOG te weigeren gezien de aard van het taxichauffeursberoep.
De voorzieningenrechter stelde vast dat de persoonlijke omstandigheden van verzoeker geen aanleiding geven tot een afwijkende belangenafweging. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom als kennelijk ongegrond afgewezen. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.