Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.De feiten
3.De vordering en het verweer
4.De beoordeling
: “De arbeid aan een beeldscherm is zodanig georganiseerd dat deze arbeid telkens na ten hoogste twee achtereenvolgende uren wordt afgewisseld door andersoortige arbeid of door een rusttijd, zodanig dat de belasting van het verrichten van de arbeid aan een beeldscherm wordt verlicht.”Volgens [eiser] is niet gebleken dat [verweerster] maatregelen heeft genomen (en hierop toezicht heeft gehouden) dat hij zijn werk zo zou inrichten. Zijn werk was niet afwisselend en bestond voor 90% uit analyseren en uitwerken. Er was sinds zijn indiensttreding tot april 2015 geen pauzesoftware op zijn computer geïnstalleerd, waardoor hij niet werd geïnstrueerd om korte pauzes te nemen. Hiermee werd niet voldaan aan artikel 5.10 van het Arbobesluit. Het was voor hem lastig om vaak van zijn plek te gaan en pauzes te houden in verband met de werkdruk en zijn lichamelijke beperkingen, waardoor hij gedurende dag maximaal één uur kan lopen of staan. Gezien zijn beperkingen kon hij geen gebruikmaken van de fitnessruimte bij [verweerster] of van de aangeboden stoelmassages. Niet is gebleken dat [verweerster] , zoals vereist op grond van artikel 5 van Pro het Arbobesluit, een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) heeft opgesteld waarmee specifiek rekening is gehouden met de gevaren die op hem betrekking hebben.
5.De verdere beoordeling
6.De beslissing
woensdag 28 juli 2021, waar partijen zich schriftelijk dienen uit te laten omtrent de discipline en de persoon van de te benoemen deskundige en over de aan de deskundige voor te leggen vragen;