Uitspraak
1.Procesverloop
2.De standpunten en de beoordeling
3.Beslissing
[betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1989 te [geboorteplaats] (Indonesië), voor de volgende vormen van verplichte zorg als bedoeld in artikel 3:2 lid 2 Wvggz Pro:
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland heeft op 8 juni 2021 uitspraak gedaan in een zaak waarbij de officier van justitie een zorgmachtiging verzocht op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Betrokkene lijdt aan een schizofreniespectrum- of andere psychotische stoornis en verblijft in een zorginstelling. De behandelaren hebben aangegeven dat betrokkene zonder verplichte zorg waarschijnlijk stopt met medicatie, wat leidt tot stress, psychotische beelden en agressie.
Tijdens de mondelinge behandeling, die vanwege coronamaatregelen via Skype plaatsvond, werden betrokkene en behandelaren gehoord. De advocaat van betrokkene pleitte voor afwijzing van het verzoek, stellende dat betrokkene geen gevaar vormt en dat per vorm van verplichte zorg apart moet worden beoordeeld of deze kan worden opgelegd.
De rechtbank oordeelde dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door zijn stoornis en dat vrijwillige zorg onvoldoende is, waardoor een zorgmachtiging noodzakelijk is. De rechtbank volgt de Hoge Raad in de uitleg dat de beoordeling van wilsbekwaam verzet en acuut gevaar bij de zorgverantwoordelijke ligt tijdens uitvoering, niet bij de machtiging zelf. De machtiging wordt verleend voor alle gevraagde vormen van verplichte zorg en geldt tot 8 december 2021.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor verplichte zorg aan betrokkene voor de duur van zes maanden.