Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 mei 2021 in de zaak tussen
[eiser], te [woonplaats],
Procesverloop
Overwegingen
Eiser is het daar niet mee eens en vindt dat hij niet kan werken, omdat hij al vanaf 2009 een arbeidsongeschiktheidsuitkering heeft ontvangen vanwege vele (merendeels chronische) lichamelijke en psychische klachten die – mede door ouderdom – juist verergeren. Op 21 september 2020, enige tijd na indiening van het beroep, heeft eiser een hartinfarct gehad. Vanaf 21 september 2020 heeft het Uwv aan eiser opnieuw een IVA-uitkering toegekend.
Verder is het zo dat iemand die het niet eens is met een oordeel van een verzekeringsarts, dat moet onderbouwen met (andere) medische stukken. De rechtbank kan niet zelf vaststellen dat een verzekeringsarts tot een onjuiste medische conclusie is gekomen. Dit betekent ook dat iemands eigen gevoel onvoldoende is om bij de rechtbank gelijk te krijgen, daarvoor is een medische onderbouwing nodig.
- een brief van 21 januari 2020 van [GZ-psycholoog/psychotherapeut], GZ-psycholoog/psychotherapeut;
- een voorstel met een plan van aanpak van 20 mei 2020 van het Wijkteam Nieuwland
Buitengebied-West;
- een brief van 20 oktober 2020 van [huisarts], huisarts.
Volgens eiser is er een causaal verband tussen het hartinfarct en de op de datum in geding onder meer aanwezige stressklachten, pijn, steken op de borst, benauwdheid en weinig energie. De verzekeringsarts bezwaar en beroep had daarom volgens eiser meer beperkingen moeten aannemen. Ter onderbouwing heeft eiser overgelegd:
- een brief van 22 september 2020 van de afdeling cardiologie van het Meander Medisch
Centrum Amersfoort;
- een lijst van 22 september 2020 met ontslagmedicatie van het Meander Medisch Centrum; - een bevestiging voor het laten maken van een hartecho op 23 oktober 2020 en een afspraak
bij een cardioloog op 27 oktober 2020;
- een verklaring van 18 februari 2021 van [cardioloog], cardioloog.
Conclusie
Beslissing
de rechter is verhinderd