Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
in de periode van 1 maart 2017 tot en met 26 mei 2017 te Utrecht zich samen met een ander ten aanzien van de minderjarige [slachtoffer 1] (hierna: [slachtoffer 1] ), geboren op [1999] , schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel;
in de periode van [2017] tot en met 30 september 2017 te Utrecht zich samen met een ander ten aanzien van [slachtoffer 1] schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel;
in de periode van 1 april 2017 tot en met 27 september 2018 samen met een ander kinderpornografische foto’s en/of video’s/films van de minderjarige [slachtoffer 1] heeft gemaakt en/of verspreid en/of in zijn bezit gehad en/of zich tot dat kinderpornografische materiaal via een geautomatiseerd werk en/of door gebruikmaking van een communicatiedienst toegang heeft verschaft;
in de periode van 20 oktober 2017 tot en met 3 februari 2018 te Utrecht zich samen met een ander ten aanzien van de minderjarige [slachtoffer 2] (hierna: [slachtoffer 2] ), geboren op [2000] , schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel;
in de periode van 1 augustus 2018 tot en met 24 augustus 2018 te Utrecht zich samen met een ander ten aanzien van de minderjarige [slachtoffer 3] (hierna: [slachtoffer 3] ), geboren op [2000] , schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel;
in de periode van 1 augustus 2018 tot en met 24 augustus 2018 te Utrecht tegen betaling seksuele handelingen heeft verricht met [slachtoffer 3] , terwijl die [slachtoffer 3] op dat moment de leeftijd van zestien jaren, maar nog niet die van achttien jaren had bereikt;
in de periode van 1 september 2018 tot en met 16 november 2018 te Utrecht zich opzettelijk mondeling heeft geuit tegen [slachtoffer 1] , [slachtoffer 4] (hierna [slachtoffer 4] ) en [slachtoffer 5] (hierna [slachtoffer 5] ), kennelijk om hun verklaringen ten overstaan van de politie te beïnvloeden;
in de periode van 1 maart 2018 tot en met 11 april 2018 te Utrecht zich samen met een ander ten aanzien van [slachtoffer 7] (hierna: [slachtoffer 7] ) schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel;
in de periode van 1 juli 2018 tot en met 31 maart 2019 te Utrecht en/of Hoofdorp en/of Amsterdam zich samen met een ander ten aanzien van [slachtoffer 5] (hierna: [slachtoffer 5] ) schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel;
in de periode van 20 augustus 2017 tot en met 31 maart 2019 te Utrecht zich samen met een ander ten aanzien van [slachtoffer 6] (hierna: [slachtoffer 6] ) schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel;
in de periode van [2017] tot en met 31 maart 2019 te Utrecht en/of Zwolle en/of Nijkerk zich samen met een ander ten aanzien van [slachtoffer 4] schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel;
in de periode van [2017] tot en met 31 maart 2019 te Utrecht (telkens) die [slachtoffer 4] heeft verkracht dan wel subsidiair dat hij [slachtoffer 4] telkens heeft gedwongen tot het plegen en ondergaan ontuchtige handelingen.
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
gedragingen,
dwangmiddelenen het
oogmerk van uitbuiting. De strafwaardigheid van het feit wordt in de kern bepaald door het oogmerk een ander uit te buiten. De Hoge Raad heeft in jurisprudentie overwogen dat het niet nodig is dat het slachtoffer daadwerkelijk wordt uitgebuit. Het volstaat dat de uitbuiting de verdachte voor ogen stond, ook al heeft de uitbuiting zich niet gerealiseerd. De vraag of – en zo ja, wanneer – sprake is van ‘oogmerk van uitbuiting’ in de zin van dit artikel, is niet in algemene termen te beantwoorden, maar is sterk verweven met de omstandigheden van het geval.
modus operandi), hetgeen hierna nader uiteen wordt gezet.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
onder 1 en 2 bewezen verklaardelevert volgens de wet
telkenshet volgende strafbare feit op:
onder 5 bewezen verklaardelevert volgens de wet
telkenshet volgende strafbare feit op:
onder 8, 9, 10 en 11 bewezen verklaardelevert volgens de wet
telkenshet volgende strafbare feit op:
onder 3 bewezen verklaardelevert volgens de wet het volgende strafbare feit op:
onder 7 bewezenverklaardelevert volgens de wet het volgende strafbare feit op:
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGEL
9.BENADEELDE PARTIJEN [slachtoffer 1] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 7] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] EN [slachtoffer 4]
- € 1.300,- ( [slachtoffer 1] );
- € 7.800,- ( [slachtoffer 3] ) + € 136,02 (diverse reiskosten) = € 7.936,02;
- € 1.250,- ( [slachtoffer 7] );
- € 2.650,- ( [slachtoffer 5] ) + € 42,59 (reiskosten therapie) = € 2.692,59;
- € 675,- ( [slachtoffer 6] )
- € 6.390,- ( [slachtoffer 4] ).
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
gevangenisstrafvan
6 jaren;
ter beschikking wordt gestelden beveelt dat hij van overheidswege wordt verpleegd;
- wijst de vordering van [slachtoffer 1] toe tot een bedrag van € 11.300,-;
- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 september 2017 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
- verklaart [slachtoffer 1] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 11.300,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 september 2017 . tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 91 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of zijn mededader op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst de vordering van [slachtoffer 3] toe tot een bedrag van 17.936;-
- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer 3] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 augustus 2018 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 3] aan de Staat € 17.936,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 augustus 2018 tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 124 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of zijn mededader op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst de vordering van [slachtoffer 7] toe tot een bedrag van € 11.250-;
- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer 7] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 april 2018 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 7] aan de Staat
- wijst de vordering van [slachtoffer 5] toe tot een bedrag van € 12.692,59;
- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer 5] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 september 2018 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 5] aan de Staat € 12.692,59 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 september 2018 tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 98 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of zijn mededader op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.
Benadeelde partij [slachtoffer 6]
- wijst de vordering van [slachtoffer 6] toe tot een bedrag van € 10.675,-;
- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer 6] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 maart 2019 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 6] aan de Staat
- wijst de vordering van [slachtoffer 4] toe tot een bedrag van € 16.390,-;
- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer 4] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 september 2018 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 4] aan de Staat € 16.390,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 september 2018 tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 116 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of zijn mededader op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.
[e-mail adres] @outlook.com– Alle mails worden vandaag nog beantwoord.” [3]
[e-mail adres] @live.nl. [8]
www. [website] .nlmet de titel “ [titel 1] ” onder de titel staat “18 jaar uit [woonplaats] ”. Op de foto staat een ontblote jongen die met zijn rechterhand zijn stijve penis vasthoudt. [41]
de rechtbank begrijpt: [verdachte]) zegt wel dat hij hem in het vizier had en volgende maand wilde inlijven (..) [48]
18. Profiel# [profielnaam] :
Watheeft die date je opgeleverd?
A: Dat is 3 keer gebeurd. Ik zei vaak tegen [verdachte] dat ik geen seks met [medeverdachte] wilde, maar het was noodzakelijk voor de ontvangstlocatie. (..) Met [medeverdachte] had ik de deal dat ik seks zou hebben wanneer ik een betaalde seksdate had in zijn woning (..). [127]
20 september 2018) omstreeks 20.25 uur werd door de gemeente ambtenaren de genoemde woning (
aan de [adres] te [woonplaats]) betreden. In de woning werd een illegale seksinrichting aangetroffen. Door de gemeente ambtenaren werd een persoon aangetroffen genaamd:
[e-mail adres] @hotmail.comen
[e-mail adres] @gmail.com. Die laatste is voornamelijk voor de agenda correspondentie. De eerste voor eventueel te mailen met klant.
[bijnaam 1] spreekt meerdere malen over [verdachte] , voorbeeld: “Ik overleg met [verdachte] .”