Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 mei 2021 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
[derde-partij] B.V., te [vestigingsplaats] , gemachtigde: [gemachtigde ] .
Rechtbank Midden-Nederland
Een omwonende maakte bezwaar tegen de door het college verleende omgevingsvergunning voor de bouw van zes mestsilo’s en een weegbrug op een bedrijventerrein. Hij vreesde overlast door geur, geluid, verkeersdrukte en waardedaling van zijn woning. Na afwijzing van een voorlopige voorziening en het bezwaar door het college, stelde hij beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat de omwonende voldoende belang had bij het beroep gezien de nabijheid van zijn woning tot de mestsilo’s en de mogelijke geurhinder. Het bestemmingsplan stond bedrijven in categorie 1, 2 en 3 toe, waarbij opslag en groothandel in kunstmest onder categorie 2 vallen. De vergunninghouder voerde aan dat zijn activiteiten bestaan uit opslag en verkoop van kunstmest, waarbij mengen van ladingen dient om de kwaliteit te waarborgen en niet tot een ander eindproduct leidt.
De rechtbank volgde deze uitleg en concludeerde dat de activiteiten van de vergunninghouder passen binnen de toegestane categorieën van het bestemmingsplan. Er was geen sprake van verboden mestbewerking. De verleende omgevingsvergunning was daarom rechtmatig en het beroep werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning voor de bouw van mestsilo’s en weegbrug wordt ongegrond verklaard.