Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[onderneming 1] B.V.,
1.De procedure
- de beschikking van 19 maart 2021,
- het verzoek van de Herstructureringsdeskundige van 1 april 2021.
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 6 april 2021 het verzoek van de herstructureringsdeskundige van een besloten vennootschap om een afkoelingsperiode toe te kennen op grond van artikel 376 Fw Pro. De onderneming kampt met een schuldenlast van circa €1,4 miljoen en bevindt zich in een situatie waarin zij haar schuldeisers waarschijnlijk niet kan betalen.
De herstructureringsdeskundige stelde dat het noodzakelijk is om een afkoelingsperiode van vier maanden in te stellen om de onderneming voort te zetten en onderhandelingen over een akkoord mogelijk te maken. Daarbij is het belangrijk dat het banksaldo, dat tijdelijk bij een gelieerde partij is ondergebracht, teruggestort wordt en niet door schuldeisers kan worden beslagen. Ook vertraagt een asbestbrand de verkoop van bedrijfsinventaris, wat de noodzaak van extra tijd onderstreept.
De rechtbank oordeelde dat aan de wettelijke vereisten is voldaan: de afkoelingsperiode is noodzakelijk voor voortzetting en onderhandeling over een akkoord, en de belangen van schuldeisers worden hiermee gediend zonder wezenlijke schade voor derden met verhaalrechten. De afkoelingsperiode wordt daarom voor vier maanden toegewezen, ingaande 6 april 2021, waarbij beslaglegging zonder toestemming van de rechtbank wordt verboden en verzoeken tot faillietverklaring worden geschorst.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot afkondiging van een afkoelingsperiode van vier maanden toe om de herstructurering van de onderneming mogelijk te maken.