ECLI:NL:RBMNE:2021:1854
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken machtiging namens belanghebbende
Deze bestuursrechtelijke uitspraak betreft een beroep dat door eiseres namens een ander is ingesteld zonder dat een machtiging is overgelegd. De rechtbank heeft eiseres meerdere malen verzocht om binnen een gestelde termijn een machtiging te overleggen, conform artikel 8:24 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Na het uitblijven van een reactie en het niet nakomen van dit verzoek, heeft de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank heeft het beroep niet inhoudelijk behandeld omdat het niet voldeed aan de wettelijke vereisten. De procedurele regels schrijven voor dat een gemachtigde een machtiging moet kunnen overleggen indien de rechtbank hierom vraagt. Het ontbreken daarvan leidt tot niet-ontvankelijkheid van het beroep, zoals bevestigd door een eerdere uitspraak van de meervoudige kamer.
Er is geen proceskostenvergoeding toegekend. De beslissing is genomen door rechter R.C. Stijnen en griffier K.F.K. Hoogbruin en is op 11 maart 2021 uitgesproken. Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een machtiging namens de belanghebbende.