Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 26 april 2021 in de zaak tussen
Stichting Dierbaar Flevoland, gevestigd te Lelystad, en
Inleiding
27 mei 2020 een besluit op het bezwaar van eisers tegen de ontheffing genomen. Eisers hebben bij het instellen van hun beroep niet opnieuw een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. Vanaf 8 juli 2020 mochten de faunabeheereenheid en Staatsbosbeheer als uitvoerder daarom gebruik maken van de ontheffing. Dit hebben zij ook gedaan. In de periode tot 2 maart 2021 zijn 1044 herten afgeschoten.
Overwegingen
I De ontheffing – zaaknummer UTR 20-2556
‘De effecten van grote herbivoren op de natuur in de Oostvaardersplassen
’van Sweco van 16 januari 2020 ten grondslag. Dit rapport heeft gedeputeerde staten laten opstellen na de uitspraak van de rechtbank over de eerdere opdracht tot afschot.
- In hoeverre speelt het Natura 2000-beheerplan een rol bij de beoordeling van de ontheffing?
- Is het afschot van edelherten noodzakelijk ter bescherming van de flora en fauna en de natuurlijke habitats in het Oostvaardersplassengebied?
- Had de ontheffing voor het vroeg-reactief beheer in een apart besluit moeten worden verleend?
- Is het afschot van edelherten noodzakelijk ter beperking van de omvang van de populatie in verband met de maximale draagkracht van het gebied?
- Zijn er andere bevredigende oplossingen dan afschot van edelherten?
II De vergunning – zaaknummer UTR 20-2558
- ‘Toetsing reset grote grazers aan de Wnb, inclusief voortoets’ van Sweco van 29 augustus 2018;
- ‘Cumulatietoets reset grote grazers’ van Sweco van 29 oktober 2019 en
- ´Addendum toetsing reset grote grazers aan de Wnb’ van Sweco van 31 oktober 2019.
- Is er voor het afschot van de edelherten in de Oostvaardersplassen een vergunning op grond van artikel 2.7 van de Wnb vereist?
- Als de voorgaande vraag bevestigend wordt beantwoord, zal de rechtbank de passende beoordeling behandelen en daarbij in het licht van de beroepsgronden van eisers bezien of gedeputeerde staten zich voor zijn besluitvorming op de passende beoordeling mocht baseren. De beroepsgronden van eisers hebben betrekking op de volgende onderwerpen: aantasting van de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied, de vraag naar de significante gevolgen voor dit gebied, de mogelijk te cumuleren effecten van het afschot (de zogenaamde cumulatietoets) en het monitoringssysteem met het hand-aan-de-kraan-principe.