ECLI:NL:RBMNE:2021:1482
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Curaçaose schuldeiser moet Nederlandse schone lei na WSNP erkennen
Mevrouw onderbewindgestelde sloot in 2010 een lening af bij de Curaçaose coöperatie ACU onder Antilliaans recht. Na verhuizing naar Nederland raakte zij in financiële problemen en stelde een bewindvoerder aan die een minnelijke schuldenregeling voorstelde waarbij ACU finale kwijting zou verlenen voor het restant van haar vordering. ACU weigerde dit omdat de WSNP en schone lei niet in Curaçaos recht bestaan en zij na WSNP de incasso zou kunnen hervatten.
De kantonrechter beantwoordde de rechtsvraag of ACU de Nederlandse schone lei moet erkennen bevestigend. Hij baseerde zich op het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, waarin artikel 40 bepaalt Pro dat rechterlijke uitspraken binnen het Koninkrijk rechtskracht hebben, ook als het lokale recht afwijkt. Hierdoor moet ACU de Nederlandse schone lei respecteren, ook al bestaat deze niet in het Antilliaanse recht.
Partijen spraken af ieder de eigen proceskosten te dragen en zagen af van hoger beroep. De uitspraak voorkomt dat de WSNP moet worden doorlopen en bevestigt de rechtsgeldigheid van de schone lei binnen het gehele Koninkrijk.
Uitkomst: De Curaçaose schuldeiser moet de Nederlandse schone lei na een WSNP-traject erkennen.