Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
thans gedetineerd in de P.I. Lelystad.
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
AAOA0162NL AAOA0161NL
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod;
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod.
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.VORDERING TENUITVOERLEGGING
11.BESLAG
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 36b, 36c, 36d, 57 van het Wetboek van Strafrecht en
- 2, 3, 10, 11 en 13a van de Opiumwet;
11.BESLISSING
een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden;
een gedeelte van 10 (tien) maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene en bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
een proeftijd van 2 (twee) jarenvast;
teruggaveaan verdachte van het volgende voorwerp:
onttrokken aan het verkeer:
verbeurdverklaringvan de volgende voorwerpen:
S.B. Smit-Colenbrander, rechters, in tegenwoordigheid van mrs. R.V.S. Adriaanse en
R.E. Rasink, griffiers, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 4 maart 2021.