Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
primair), dan wel op 2 april 2019 in Amersfoort een televisie in zijn bezit heeft gehad, terwijl hij wist dat die televisie van een misdrijf afkomstig was (
subsidiair);
primair), dan wel op 2 april 2019 in Amersfoort een dasspeld in zijn bezit heeft gehad, terwijl hij wist dat die dasspeld van een misdrijf afkomstig was (
subsidiair);
primair), dan wel samen met anderen op 28 januari 2019 heeft geprobeerd in te breken in [woonplaats] door een ruit/raam aan de achterkant van het huis te verbreken/forceren, de woning in te klimmen en de woning te doorzoeken/spullen te verplaatsen (
subsidiair).
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
mogelijkdoor een schoen van [verdachte] is veroorzaakt, is onvoldoende voor de conclusie dat [verdachte] betrokken is geweest bij de woninginbraak.
5.BEWEZENVERKLARING
- een ruit en/of raamkozijn aan de achterzijde van voornoemde woning heeft verbroken en/of geforceerd en
- vervolgens voornoemde woning in is geklommen en
- vervolgens voornoemde woning heeft doorzocht en spullen heeft verplaatst,
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN [verdachte]
8.OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGEL
- het psychologisch onderzoek Pro Justitia van 10 augustus 2019;
- het advies van de Raad voor de Kinderbescherming van 6 februari 2020;
- het advies van Samen Veilig Midden-Nederland van 30 januari 2020.
- behandeling bij De Waag of een soortgelijke instelling;
- meewerken aan het realiseren en het volgen van een dagbesteding in de vorm van school en/of werk;
- ITB Harde Kern voor de duur van één jaar.
jeugddetentie van zes maandenop. De tijd die [verdachte] in voorarrest heeft gezeten wordt van de jeugddetentie afgetrokken. Dat betekent dat [verdachte] niet terug hoeft naar de gevangenis. De rechtbank legt daarnaast een
gedragsbeïnvloedende maatregel voor de duur van 12 maandenop aan [verdachte] . Aan die maatregel worden de programmaonderdelen gekoppeld die de Raad voor de Kinderbescherming heeft geadviseerd. Als [verdachte] zich niet of niet goed aan de programmaonderdelen van de maatregel houdt, kan de maatregel worden vervangen door een jeugddetentie van maximaal twaalf maanden.
9.BESLAG
- een telefoon, merk Nokia (A.01.02.001);
- een lege iPhone doos (A.01.02.001);
- zilveren ring met roze bloem (A.01.02.005);
- twee gouden kettingen met steentjes (A.01.02.006);
- twee gouden kettingen met steentjes (A.01.02.007);
- BQ telefoon (A.01.02.008);
- een iPhone (A.01.02.013);
- een sleutelbos (A.01.03.001);
- een televisie, merk Philips (A.01.04.001);
- een oorhanger (A.03.01.002);
- schoenen, merk Nike (A.04.01.001).
- een iPhone (A.01.01.001);
- een papiertje met telefoonnummers (A.01.02.010);
- verpakkingsmateriaal (A.01.02.012);
- twee weegschalen (A.01.02.004);
- papieren envelopjes (A.01.02.003);
- een breekijzer (A.02.01.001);
- een schroevendraaier (A.03.02.001).
10.BENADEELDE PARTIJ
11.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
12.BESLISSING
- verklaart het onder parketnummer 16-079018-19 onder de feiten 1, 2, 3, 5, 7 en 8 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;
- verklaart het onder parketnummer 16-024547-19 als primair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;
- verklaart het onder parketnummer 16-079018-19 onder feiten 4, 6 en 9 en het onder parketnummer 16-024547-19 subsidiair ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;
- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;
- verklaart verdachte strafbaar;
- veroordeelt verdachte tot
- bepaalt dat de tijd door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht op de tenuitvoerlegging van de jeugddetentie in mindering zal worden gebracht;
- legt op aan verdachte de
- draagt Samen Veilig Midden-Nederland op de tenuitvoerlegging van de maatregel te ondersteunen en de identiteit van veroordeelde vast te stellen als bedoeld in artikel 27a, eerste lid, eerste volzin, en tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering;
- beveelt dat
- verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat zij haar vordering bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- compenseert de proceskosten van de benadeelde partij en veroordeelde, in die zin dat ieder haar/zijn eigen kosten draagt.
- wijst de vordering ten aanzien van de materiële schadevergoeding
- verklaart de benadeelde partij ten aanzien van de gevorderde immateriële schadevergoeding niet ontvankelijk en bepaalt dat hij zijn vordering voor dat gedeelte bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- compenseert de proceskosten van de benadeelde partij en veroordeelde, in die zin dat ieder zijn eigen kosten draagt.
- verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat hij zijn vordering bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- compenseert de proceskosten van de benadeelde partij en veroordeelde, in die zin dat ieder haar/zijn eigen kosten draagt.