Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.[gedaagde sub 1] ,
[gedaagde sub 2],
1.De procedure
2.De feiten
Betaling
Rechtbank Midden-Nederland
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of betalingen door gedaagde partijen aan een derde beslaglegger, Bouw-, Beheer-, en Beleggingsmaatschappij Hollands Midden B.V., vernietigd konden worden op grond van pauliana. Eiser stelde dat de betaling van € 40.000,00 onverplicht was en meerdere schuldeisers benadeelde, waaronder hemzelf, en dat ook een latere betaling van € 38.745,93 niet in mindering mocht worden gebracht op de schuld.
De kantonrechter stelde vast dat de huurkoopovereenkomst partijen bevoegdheden gaf om meer dan de verschuldigde termijnen te betalen en dat de betaling aan de derde beslaglegger rechtsgeldig was. Eiser had onvoldoende concrete feiten gesteld om benadeling van schuldeisers en wetenschap daarvan door gedaagde aan te tonen. Ook was de betaling na het faillissement op grond van de Faillissementswet toegestaan.
De rechtbank wees de vorderingen van eiser af en verklaarde dat alle betalingen in mindering strekken op de schuld. Tevens werd verklaard dat de vennootschap partij is bij de huurkoopovereenkomst en dat zij gerechtigd is de restant huurkoopsom ineens te voldoen. Eiser werd veroordeeld tot het overhandigen van het eigendomsbewijs en tot betaling van proceskosten aan gedaagde.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eiser af en bevestigt dat de betalingen aan de derde beslaglegger rechtsgeldig zijn en de schuld volledig afgelost is.