Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 december 2020 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
19. Partijen hebben de waardes die zij voorstaan beide niet aannemelijk gemaakt. Rekening houdend met alle feiten en omstandigheden zal de rechtbank de waarde schattenderwijs vaststellen op € 225.000,-. De rechtbank zal verder bepalen dat verweerder de aanslag onroerendezaakbelastingen en watersysteemheffing dienovereenkomstig vermindert.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar voor zover het de waardes van [adres 9] en [adres 12] , beide te [plaats] , betreft;
- stelt de waarde van [adres 9] vast op € 225.000,- naar de waardepeildatum 1 januari 2018 en bepaalt dat de aanslag onroerendezaakbelastingen en de aanslag watersysteemheffing dienovereenkomstig worden verlaagd;
- stelt de waarde van [adres 12] vast op € 875.000,- naar de waardepeildatum 1 januari 2018 en bepaalt dat de aanslag onroerendezaakbelastingen en de aanslag watersysteemheffing dienovereenkomstig worden verlaagd;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1572,-;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 345,- aan eiseres te vergoeden.
mr. J.M.T. Bouwman-Everhardus, griffier. De beslissing is uitgesproken op 15 december 2020 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.