In deze zaak vordert [eiseres] dat [gedaagde] de exploitatie van escaperooms en glowgolf in het gehuurde stopt en verwijdert, omdat dit afwijkt van de overeengekomen bestemming zonder schriftelijke toestemming. De rechtbank oordeelt dat onvoldoende aannemelijk is dat de vordering in een bodemprocedure zal slagen en dat het spoedeisend belang onvoldoende is onderbouwd. Stilzwijgende toestemming wordt betwist en nader onderzoek is nodig.
In reconventie vordert [gedaagde] opschorting van de huur wegens de coronacrisis, met percentages variërend van 100% tot 50% afhankelijk van de sluitingsperiode. De rechtbank erkent dat de coronacrisis een onvoorziene omstandigheid is die het huurgenot aantast en kwalificeert dit als een gebrek in de zin van de wet. Daarom is gedeeltelijke huuropschorting gerechtvaardigd.
De rechtbank bepaalt een huurvermindering van 50% voor de volledige sluitingsperiode van 15 maart tot 30 juni 2020 en 40% voor de periode van 15 oktober 2020 tot 31 januari 2021 waarin het horecagedeelte gesloten was. Deze opschorting geldt alleen indien binnen vier weken een bodemprocedure wordt gestart. Proceskosten in conventie worden toegewezen aan [gedaagde], in reconventie worden de kosten gecompenseerd.