ECLI:NL:RBMNE:2020:5033
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag individuele inkomenstoeslag wegens vermogen boven vermogensgrens door tweede auto
Eiser vroeg een individuele inkomenstoeslag aan, maar deze werd afgewezen omdat hij een vermogen had boven de vrij te laten vermogensgrens van €12.450,-. De dagwaarde van zijn tweede auto, een Mercedes, werd vastgesteld op €29.426,-. Eiser stelde dat de auto grotendeels met geleend geld was gefinancierd en alleen voor zakelijk gebruik was, en beriep zich op artikel 34, lid 2, onder a, van de Participatiewet om de auto buiten het vermogen te houden.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat de tweede auto noodzakelijk was, zoals vereist om vrijstelling te krijgen. Ook was de waardebepaling door verweerder op basis van meerdere betrouwbare bronnen correct en kon de lagere aankoopprijs van eiser niet tot een andere waardering leiden.
Daarom was het beroep ongegrond en werd het bestreden besluit bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de individuele inkomenstoeslag wordt ongegrond verklaard omdat de waarde van de tweede auto boven de vermogensgrens ligt en niet als vrijgesteld vermogen kan worden aangemerkt.