Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 juli 2020 in de zaak tussen
[eiseres] B.V., te [vestigingsplaats] , eiseres
Procesverloop
Feiten
Geschil
Beoordeling van het geschil
Beslissing
mr. L.Y. Wong, griffier.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres, eigenaar van een bedrijfspand op een bedrijventerrein, betwistte de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van €889.000 per 1 januari 2018, welke de grondslag vormt voor de onroerende zaakbelasting 2019. Verweerder gebruikte de huurwaardekapitalisatiemethode om de marktwaarde te bepalen, waarbij hij drie vergelijkingsobjecten betrok.
De rechtbank oordeelde dat verweerder zijn bewijslast had voldaan door aannemelijk te maken dat de waarde niet te hoog was vastgesteld. De huurwaardekapitalisatiefactor en de bruto huurwaarde van het pand waren adequaat onderbouwd met marktgegevens van vergelijkbare objecten. Eiseres leverde geen tegenbewijs en haar verzoek om aanvullende gegevens werd afgewezen.
De rechtbank verwierp ook het betoog dat rekening gehouden had moeten worden met leegstandsrisico’s, omdat de gebruikte methode dit reeds verdisconteert. Verder negeerde de rechtbank vragen van eiseres over milieuaspecten en andere externe factoren, omdat deze niet relevant waren voor het geschil.
Uiteindelijk werd het beroep ongegrond verklaard, waarmee de vastgestelde WOZ-waarde van €889.000 werd bevestigd. De rechtbank legde geen proceskosten op aan partijen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €889.000 wordt ongegrond verklaard.