ECLI:NL:RBMNE:2020:4090
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen onvoorwaardelijk strafontslag politiefunctionaris wegens plichtsverzuim
Verzoeker, sinds 1978 in dienst bij de politie, werd geconfronteerd met een intern onderzoek naar onrechtmatig gebruik van zijn dienstcreditcard in 2017 en 2018. Na diverse onderzoeken en schorsingen legde de korpschef hem op 10 juli 2020 onvoorwaardelijk strafontslag op wegens plichtsverzuim. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening om het ontslag te schorsen en doorbetaling van salaris.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker weliswaar spoedeisend belang had vanwege financiële omstandigheden, maar dat het primaire besluit niet evident onrechtmatig was en het bezwaar geen redelijke kans van slagen had. De rechter vond het onderzoek zorgvuldig en zag geen aanwijzingen voor partijdigheid. Verzoeker kon niet aannemelijk maken dat uitgaven met de dienstcreditcard voor de dienst waren gedaan en gaf tegenstrijdige verklaringen over het gebruik van zijn diensttelefoon.
Ook de subsidiaire ontslaggrond wegens ongeschiktheid werd voorlopig niet aangenomen, omdat verzoeker onvoldoende gelegenheid had gekregen tot verbetering. De belangenafweging leidde tot afwijzing van het verzoek om voorlopige voorziening. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het onvoorwaardelijk strafontslag wordt afgewezen.