ECLI:NL:RBMNE:2020:3818
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek briefadres wegens bestaand woonadres in recreatiewoning
Eiser verzocht het college van burgemeester en wethouders van Almere om in de basisregistratie personen (brp) een briefadres te registreren op een adres waar een stichting is gevestigd. Eiser gaf aan als huurder in een recreatiewoning te wonen en de komende drie maanden daar te verblijven. Verweerder wees het verzoek af omdat eiser een woonadres heeft, namelijk de recreatiewoning, en verklaarde het bezwaar ongegrond.
Eiser stelde in beroep dat hij de recreatiewoning gedwongen moest verlaten en in diverse woningen en een camper verbleef, waardoor hij geen woonadres had en recht had op een briefadres. De rechtbank oordeelde dat eiser deze stellingen onvoldoende onderbouwde en verweerder terecht uitging van het woonadres in de recreatiewoning. Ook bleek uit stukken dat permanente bewoning van de recreatiewoning niet was toegestaan, maar eiser verbleef er toch met tussenpozen.
De rechtbank stelde dat het doel van de Wet brp is betrouwbare gegevens over verblijfplaatsen te registreren en dat een briefadres pas geldt bij het ontbreken van een woonadres. Er was geen bewijs dat eiser zich niet in de brp kon inschrijven op zijn woonadres of dat hij daardoor geen zorgverzekering kon krijgen. Ook was er geen sprake van schending van het evenredigheidsbeginsel of van sociaal-maatschappelijke omstandigheden die een afwijking rechtvaardigen.
De rechtbank concludeerde dat verweerder voldoende onderzoek had gedaan en dat het beroep ongegrond is. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn verzoek tot inschrijving van een briefadres is ongegrond verklaard.