Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
[fiets]reed daarbij op de suggestiestrook. Op het kruispunt van de [straatnaam 1] met de [straatnaam 2] is voertuig 2 niet rechtuit blijven fietsen, maar heeft een bocht of een slinger naar links gemaakt.
[personenauto]met de rechtervoorzijde tegen de linkerzijde van voertuig 2. Gezien de aangetroffen sporen vond deze botsing plaats op de suggestiestrook.
Reden van opname: Hoog energetisch trauma (HET).
- Traumatisch schedel-hersenletsel.
- Maisonneuve (
de rechtbank begrijpt: enkel) fractuur links.
- Longcontusie (
de rechtbank begrijpt: longkneuzing) rechts. [12] Van 14 december 2018 tot en met 18 december 2018 had [voornaam van slachtoffer] volledige bedrust en was ze gedesoriënteerd in plaats en tijd. Op 18 december 2018 is ze geopereerd aan haar enkel. De mobilisatie is gestart op 19 december 2018. Hierbij was ze in eerste instantie duizelig en misselijk. Gedurende opname knapte ze op en was ze minder misselijk en duizelig bij mobiliseren. Op 20 december 2018 is gestart met de mobilisatie uit bed. Ze was hierbij nog wel laag belastbaar.’ [13]
14 december 2018 een ongeval heeft plaatsgevonden op de [straatnaam 1] ter hoogte van het kruispunt met de [straatnaam 2] te [plaatsnaam] . De [straatnaam 1] , een voor verdachte bekende weg, betreft een smalle weg met aan beide zijden een suggestiestrook. Verdachte zag mevrouw [slachtoffer] van een afstand wiebelend/zwabberend fietsen en zag ook dat zijn voorganger met een wijde boog om haar heen reed. Getuige [getuige] heeft verklaard dat hij dit deed, omdat de fietser zo wiebelend/zwabberend fietste. Toen verdachte mevrouw [slachtoffer] vervolgens ook wilde inhalen, botste hij met zijn auto tegen de fiets van mevrouw [slachtoffer] .
5.BEWEZENVERKLARING
[slachtoffer], zwaar lichamelijk letsel, te weten traumatisch schedel-hersenletsel en een enkelfractuur werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte en verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN DE STRAF
9.BENADEELDE PARTIJ
9.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 14a, 14b, 14c, 22c, 22d van het Wetboek van Strafrecht en
- 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994
10.BESLISSING
- verklaart het primair ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;
- spreekt verdachte vrij van alles wat meer in de tenlastelegging is opgenomen dan wat hiervoor in rubriek 5 is bewezen verklaard;
Strafbaarheid
- verklaart het primair bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;
- verklaart verdachte strafbaar;
taakstraf van 90 (negentig) uren;
ontzegtverdachte de
bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de duur van
180 (honderdtachtig) dagen,met aftrek overeenkomstig artikel 179, lid 6, van de Wegenverkeerswet 1994;
133 (honderddrieëndertig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat verdachte zich vóór het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
- bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk is in haar vordering;
- bepaalt dat de benadeelde partij en verdachte de eigen kosten dragen.