ECLI:NL:RBMNE:2020:3115
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak op bezwaar wegens onterecht niet-ontvankelijkheid bezwaar WOZ-waarde
Eiseres had bezwaar gemaakt tegen een WOZ-waarde, maar verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang. Eiseres stelde dat zij wel degelijk belang had bij de wijziging van de WOZ-waarde.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat eiseres geen belang had en verwees naar een arrest van de Hoge Raad van 20 maart 2020. Daarom werd de uitspraak op bezwaar vernietigd en verweerder opgedragen binnen zes weken een nieuwe inhoudelijke beslissing te nemen.
Daarnaast werd het beroep kennelijk gegrond verklaard, waardoor eiseres recht heeft op vergoeding van proceskosten en het griffierecht. Verweerder is veroordeeld tot betaling van €525 aan proceskosten en het griffierecht aan eiseres te vergoeden.
De uitspraak werd gedaan door rechter R.C. Stijnen op 23 juli 2020 zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar en draagt op tot een nieuwe inhoudelijke beslissing binnen zes weken.