ECLI:NL:RBMNE:2020:3114
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak op bezwaar wegens onterecht niet-ontvankelijkheid bezwaar WOZ-waarde
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de vastgestelde WOZ-waarde, maar dit bezwaar werd door de heffingsambtenaar niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang. Eiseres stelde dat zij wel degelijk belang had bij de wijziging van de WOZ-waarde. De rechtbank oordeelt dat het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard en verwijst naar een recent arrest van de Hoge Raad dat het belang van eiseres bevestigt.
De rechtbank vernietigt daarom de uitspraak op bezwaar en draagt de heffingsambtenaar op binnen zes weken een nieuwe, inhoudelijke beslissing te nemen over het bezwaar. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €525,- en het griffierecht, omdat eiseres een professionele juridische hulpverlener heeft ingeschakeld.
De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Stijnen zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen, met griffier P.W. Hogenbirk aanwezig. Eiseres kan tegen deze uitspraak binnen zes weken een verzetschrift indienen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring en draagt op tot een nieuwe inhoudelijke beslissing binnen zes weken.