ECLI:NL:RBMNE:2020:2803

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
15 juli 2020
Publicatiedatum
16 juli 2020
Zaaknummer
AWB - 20 _ 848
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 16 PwArt. 35 PwArt. 11 PwArt. 12 PwArt. 13 Pw
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand kosten bewindvoering wegens voldoende draagkracht

Eisers hebben bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van bewindvoering over de periode juni tot en met december 2019. Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen op grond van artikel 35, eerste lid, van de Participatiewet (Pw), omdat eisers voldoende draagkracht hebben om deze kosten zelf te betalen.

Eisers hebben bezwaar gemaakt en beroep ingesteld, waarbij zij zich hebben beroepen op zeer dringende redenen ex artikel 16, eerste lid, van de Pw. Zij stelden medische, sociale en financiële problemen te hebben en dat zij de bewindvoerder nodig hebben om verdere financiële problemen te voorkomen.

De rechtbank oordeelt echter dat artikel 16 Pw Pro niet van toepassing is op afwijzingen op grond van artikel 35 Pw Pro. Alleen bij afwijzingen op basis van artikelen 11 tot en met 15 Pw kan verweerder op grond van artikel 16 Pw Pro alsnog bijzondere bijstand verlenen bij zeer dringende redenen. De rechtbank verwijst naar jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep ter onderbouwing.

Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter Schaaf op 15 juli 2020, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van bijzondere bijstand voor bewindvoeringskosten wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 20/848

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 juli 2020 in de zaak tussen

[eiser] , eiser, en

[eiseres], eiseres
hierna te noemen: eisers,
te [woonplaats] , eisers
(gemachtigde: mr. R. Charité),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Ronde Venen, verweerder
(gemachtigde: V.A. Staat).

Procesverloop

Bij besluit van 12 augustus 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eisers om bijzondere bijstand op grond van de Participatiewet (Pw) voor kosten van bewindvoering afgewezen.
Bij besluit van 14 januari 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eisers ongegrond verklaard.
Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft via Skype for Business plaatsgevonden op 7 juli 2020. Eisers en verweerder hebben zich door hun respectieve gemachtigden laten vertegenwoordigen. Verder was aanwezig dhr. [A] , de bewindvoerder van eisers.

Overwegingen

1. Eisers staan sinds 1 oktober 2018 onder bewind. Op 22 juli 2019 hebben zij een aanvraag gedaan voor bijzondere bijstand voor de kosten van bewindvoering voor de periode van
1 juni 2019 tot en met december 2019 ter hoogte van een bedrag van € 1.240,18.
2. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen, omdat eisers over voldoende draagkracht beschikken om in deze kosten zelf te voorzien. De grondslag voor deze afwijzing is artikel 35, eerste lid, van de Pw.
3. Ter zitting hebben eisers hun beroepsgronden beperkt tot een beroep op het bestaan van zeer dringende redenen om toch tot bijzondere bijstandsverlening over te gaan. Eisers verwijzen hiermee naar artikel 16, eerste lid, van de Pw. Eisers hebben gesteld dat hun situatie problematisch is. Zij hebben medische, sociale en financiële problemen. Zij zijn genoodzaakt om hun woning te verkopen en om een huurwoning te betrekken. Eisers stellen dat zij de hulp van dhr. [A] nodig hebben om niet verder verzeild te raken in financiële problemen. Zij stellen evenwel de kosten van bewindvoering niet te kunnen betalen.
4. De rechtbank is van oordeel dat het beroep van eisers op artikel 16, eerste lid, van de Pw niet slaagt. Daarvoor is het volgende van belang.
5. Alleen als verweerder een bijstandsaanvraag afwijst op één van de gronden van de artikelen 11 tot en met 15 van de Pw, kan verweerder op basis van artikel 16, eerste lid, van de Pw bij zeer dringende redenen tóch tot verlening van bijstand overgaan. Deze afwijkingsbevoegdheid van artikel 16, eerste lid, van de Pw is niet van toepassing op een aanvraag om bijzondere bijstand die verweerder heeft afgewezen op grond van artikel 35, eerste lid, van de Pw. Dit nu is bij eisers het geval. Dat betekent dus dat eisers zich niet kunnen beroepen op de afwijzingsbevoegdheid van verweerder uit artikel 16, eerste lid, van de Pw. De Pw kent geen afwijkingsbevoegdheid voor de gevallen waarin verweerder een aanvraag heeft afgewezen op grond van artikel 35, eerste lid, van de Pw. De rechtbank wijst bij dit alles onder meer op de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 1 november 2016. [1]
6. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van
mr. A.G.C. Bulten, griffier, op 15 juli 2020. Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken
de griffier is niet in de gelegenheid rechter
om deze uitspraak te ondertekenen
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.