ECLI:NL:RBMNE:2020:2474
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard
Opposante B.V. heeft verzet ingesteld tegen de uitspraak van 17 juli 2019, waarin haar beroep tegen een besluit van de heffingsambtenaar niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht. De rechtbank heeft in deze verzetprocedure beoordeeld of zij destijds terecht heeft geoordeeld dat er geen twijfel over de uitkomst van de zaak bestond en dat een zitting niet noodzakelijk was.
Opposante voerde aan dat de rechtbank onduidelijkheid heeft gecreëerd door het ontbreken van een duidelijk kenmerk op de ontvangstbevestiging en griffierechtnota, waardoor niet duidelijk was welk zaaknummer op welk beroep of object betrekking had. De rechtbank oordeelde dat het eigen zaaknummer van de rechtbank als kenmerk geldt en dat het aan opposante is om bij het indienen van het beroep een eigen kenmerk duidelijk kenbaar te maken. Het gebruik van het aanslagnummer door opposante werd niet als een eigen kenmerk beschouwd.
Verder wees de rechtbank het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af, omdat de uitspraak binnen twee jaar na ontvangst van het bezwaarschrift was gedaan. De rechtbank concludeerde dat het verzet ongegrond is en handhaafde de eerdere niet-ontvankelijkverklaring. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en de eerdere niet-ontvankelijkverklaring van het beroep blijft in stand.