De zaak betreft een Europese openbare aanbestedingsprocedure voor leerlingen- en Jeugdwetvervoer georganiseerd door de gemeenten Veenendaal en Rhenen. Eiseres, een besloten vennootschap, diende een inschrijving in maar miste een verplichte bijlage (Akkoordverklaring gunningcriteria) die volgens het Beschrijvend Document (BD) op straffe van uitsluiting moest worden ingediend.
Eiseres stelde dat zij in de gelegenheid had moeten worden gesteld deze bijlage alsnog aan te vullen, mede gezien de coronacrisis, en dat de sanctie van uitsluiting disproportioneel was. De gemeenten en een derde partij voerden aan dat aanvulling niet mogelijk was vanwege de expliciete uitsluitingsclausule in het BD en dat er geen ruimte was voor een proportionaliteitstoets.
De rechtbank oordeelde dat het BD prevaleert boven de Algemene Inkoopvoorwaarden en dat de uitsluitingsclausule duidelijk en bindend was. Gezien vaste rechtspraak en jurisprudentie van het Hof van Justitie EU kon de inschrijving niet worden aangevuld. De vorderingen van eiseres werden afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten. De tussenkomst van de derde partij werd toegestaan, maar haar eigen vorderingen werden wegens gebrek aan belang niet-ontvankelijk verklaard.