Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[verzoekster] N.V.,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de kantonrechter die haar verkeersboetezaak aanhield, ondanks haar uitdrukkelijke verzoek dit niet te doen. Zij stelde dat de aanhouding duidt op vooringenomenheid van de rechter, omdat de rechter de officier van justitie extra termijnen gunt om ontbrekende stukken aan te leveren, wat volgens haar onterecht is.
De rechter heeft het wrakingsverzoek niet gehonoreerd en toegelicht dat aanhouding in dergelijke zaken gebruikelijk is om een zo volledig mogelijk dossier te verkrijgen. De wrakingskamer heeft het verzoek inhoudelijk beoordeeld en geoordeeld dat de aanhouding een procesbeslissing is die niet kan worden getoetst op juistheid, tenzij sprake is van objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.
De wrakingskamer concludeert dat er geen persoonlijke vooringenomenheid of schijn daarvan is. De formulering in het proces-verbaal over overleg met de officier van justitie is gebruikelijk en niet indicatief voor partijdigheid. Verzoekster en haar gemachtigde waren niet aanwezig om het verzoek toe te lichten. Het verzoek wordt ongegrond verklaard en de procedure wordt voortgezet in de stand van vóór de schorsing.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter wordt ongegrond verklaard en de procedure wordt voortgezet.