Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Procesverloop
2.Overwegingen
3.Beslissing
de rechter is verhinderd deze uitspraak
Rechtbank Midden-Nederland
De werkgeefster en werknemer hebben beroep ingesteld tegen besluiten van het UWV waarin een IVA-uitkering werd geweigerd en een WGA-uitkering werd toegekend. De kern van het geschil is of de werknemer volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is sinds diverse beoordelingsmomenten tussen 2016 en 2018.
De rechtbank stelt vast dat het UWV onvoldoende informatie heeft verzameld over de ernst van de medische aandoening op de beoordelingsmomenten en onvoldoende concreet heeft onderbouwd waarom er een meer dan geringe kans op herstel zou zijn. De bezwaarverzekeringsarts maakte geen onderscheid tussen de verschillende data en gaf geen concrete resultaten van behandelingen aan. Hierdoor is het medische oordeel ondeugdelijk.
De rechtbank verklaart het beroep van de werknemer tegen het besluit van 9 augustus 2018 niet-ontvankelijk wegens ontbreken van bezwaar, maar verklaart de beroepen van werkgeefster en werknemer tegen de bestreden besluiten gegrond. De besluiten worden vernietigd en het UWV wordt opgedragen nieuwe besluiten te nemen binnen vier maanden.
Verder veroordeelt de rechtbank het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan eisers. De uitspraak is gedaan door rechter J.R. van Es-de Vries op 15 april 2020 en is vanwege coronamaatregelen niet openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de besluiten van het UWV en draagt op nieuwe besluiten te nemen binnen vier maanden.