Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
tussenuitspraak van de meervoudige kamer van 31 maart 2020 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
[naam derde-partij] B.V., te [vestigingsplaats 1] , (gemachtigde: Y. van der Meulen).
Rechtbank Midden-Nederland
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de omgevingsvergunning voor een afzuigkanaal tegen de achtergevel van een spareribsrestaurant centraal. Eiser, wonende boven het restaurant, klaagt over geurhinder en mogelijke emissie van roetdeeltjes. Verweerder verleende de vergunning ondanks dat het afzuigkanaal hoger is dan het bestemmingsplan toestaat, met voorwaarden om geur- en geluidhinder te beperken.
De rechtbank beoordeelt of verweerder in redelijkheid tot vergunningverlening kon besluiten. Uit geurmetingen en een onderhoudsplan blijkt dat de ontgeuringsinstallatie voldoet aan de wettelijke eisen en geen onaanvaardbare geurhinder veroorzaakt. De rechtbank wijst erop dat verweerder ook de gehele ontgeuringsinstallatie heeft betrokken bij de beoordeling.
Echter, het bestreden besluit gaat niet in op de mogelijke emissie van roetdeeltjes, terwijl eiser hierover klachten heeft ingebracht. De rechtbank constateert dat dit een schending van het zorgvuldigheidsbeginsel is en dat verweerder onvoldoende heeft onderbouwd of roetdeeltjes worden uitgestoten en wat de ruimtelijke gevolgen zijn.
Daarom vernietigt de rechtbank het besluit voor zover het gaat om de beoordeling van roetdeeltjes en stelt verweerder in de gelegenheid het gebrek te herstellen binnen zes weken. De procedure wordt aangehouden totdat het gebrek is hersteld, waarna een einduitspraak volgt.
Uitkomst: Het besluit wordt deels vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing over roetdeeltjes en verweerder krijgt zes weken om dit te herstellen.