Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 december 2019 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , voor zich
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 7 mei 2019 voor zover dat ziet op de dwangsom wegens niet tijdig beslissen;
- bepaalt dat het college de verbeurde dwangsom als bedoeld in artikel 4:17 van Pro de Awb ter hoogte van € 1.260,00 in zijn geheel aan beide eisers afzonderlijk verschuldigd is.
- bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;
- laat het bestreden besluit voor het overige in stand;
- draagt het college op het betaalde griffierecht van € 338,- aan eisers te vergoeden.
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 35,40.