ECLI:NL:RBMNE:2019:5425
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Beslissing op wrakingsverzoek tegen rechters in strafzaak wegens vermeende partijdigheid
In deze wrakingsprocedure heeft de verdachte, vertegenwoordigd door zijn advocaat, een verzoek ingediend tot wraking van de rechters die betrokken waren bij zijn strafzaak. Het verzoek volgde op de beslissing van de rechtbank om zijn verzoek tot opheffing en schorsing van de voorlopige hechtenis af te wijzen en hem ter observatie in het Pieter Baan Centrum te plaatsen.
De verdachte stelde dat de rechters partijdig waren omdat zij de verklaringen van het slachtoffer geloofden zonder zijn kant van het verhaal te horen. De rechters ontkenden dit en stelden dat het wrakingsverzoek was gebaseerd op onvrede over procesbeslissingen, welke geen grond voor wraking vormen.
De wrakingskamer oordeelde dat de rechters onpartijdig zijn totdat het tegendeel is bewezen en dat procesbeslissingen slechts in uitzonderlijke gevallen aanleiding geven tot wraking. De motivering van de rechtbank gaf geen aanleiding tot het vermoeden van vooringenomenheid. Daarom werd het wrakingsverzoek ongegrond verklaard en de strafprocedure voortgezet in de bestaande stand.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters is ongegrond verklaard en de strafprocedure wordt voortgezet.