ECLI:NL:RBMNE:2019:5423
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring wrakingsverzoek tegen rechters in complexe familiezaak
Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechters die betrokken zijn bij haar complexe familiezaak, nadat haar uitstelverzoek deels was afgewezen. De zaak betreft meerdere procedures over zorgregeling, hoofdverblijfplaats en ondertoezichtstelling. Verzoekster stelde dat het niet toewijzen van uitstel haar recht op juridische bijstand ontnam en dat de rechtbank onpartijdigheid miste.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van de criteria uit het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Procesbeslissingen zoals het afwijzen van een uitstelverzoek zijn in principe geen grond voor wraking, tenzij deze zo onbegrijpelijk zijn dat ze duiden op vooringenomenheid. De kamer oordeelde dat de afwijzing van het uitstelverzoek terecht was vanwege de urgentie van de ondertoezichtstelling en de samenhang met de wijziging van de gecertificeerde instelling.
Verder werd vastgesteld dat eerdere uitstelverzoeken van de wederpartij en gecertificeerde instelling om andere redenen waren toegewezen en dat de wrakingsgrond over verhinderdata van een nieuwe advocaat te laat was ingediend. De kamer vond geen aanwijzingen voor vooringenomenheid of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor en verklaarde het wrakingsverzoek ongegrond. De procedure wordt voortgezet in de stand van zaken zoals die was bij de schorsing.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters wordt ongegrond verklaard en de procedure wordt voortgezet.