Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de voorzieningenrechter van 14 oktober 2019 in de zaak van
1.a
[verzoeker/verzoekster 2] , [verzoeker/verzoekster 3] , [verzoeker/verzoekster 4] , [verzoeker/verzoekster 5] , [verzoekster 6] , [verzoeker/verzoekster 7] , [verzoeker/verzoekster 8] , [verzoeker/verzoekster 9] , [verzoeker/verzoekster 10] , [verzoeker/verzoekster 11] , [verzoeker/verzoekster 12] , [verzoeker/verzoekster 13] , [verzoeker/verzoekster 14] , [verzoeker/verzoekster 15] , [verzoeker/verzoekster 16] , [verzoeker/verzoekster 17] ,allen te [woonplaats 1] ,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 174,- aan verzoekers te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van € 1.049,40,-.