Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
(onder andere)geleverd:
5.BEWEZENVERKLARING
envoorhanden gehad terwijl verdachte wist dat die voorwerpen geheel
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland heeft op 2 oktober 2019 geoordeeld dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen door het verwerven en voorhanden hebben van een recreatiepark dat middellijk uit misdrijf afkomstig was. Het bewijs berustte op leveringsakten en proces-verbaal van bevindingen waaruit bleek dat het recreatiepark gefinancierd was met misdrijfsgeld.
De verdediging voerde aan dat zonder bewezen onderliggend misdrijf geen sprake kon zijn van witwassen en dat de vermenging van vermogen ontbrak, waardoor het ten laste gelegde niet bewezen kon worden. De rechtbank verwierp deze verweren en verklaarde het ten laste gelegde bewezen.
Desondanks besloot de rechtbank geen straf of maatregel op te leggen aan verdachte, omdat het opleggen van straf binnen de bedrijvenstructuur geen strafrechtelijk doel dient. De strafrechtelijke verantwoordelijkheid lag bij de moederonderneming en andere betrokkenen. Verdachte werd vrijgesproken van medeplegen en het meer of anders ten laste gelegde.
De uitspraak benadrukt de juridische nuances bij witwassen binnen complexe ondernemingsstructuren en het belang van strafrechtelijke doelmatigheid bij strafoplegging.
Uitkomst: Verdachte schuldig aan witwassen, maar geen straf opgelegd wegens ontbreken strafrechtelijk doel.