Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 juli 2019 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Bij besluit van 5 september 2017 heeft verweerder vastgesteld dat de medebewoners van eiser geen kostendelers zijn omdat zij studeren en dat (de hoogte van) het recht op bijstand van eiser daarom ongewijzigd blijft.
- eisers recht op bijstand met ingang van 11 april 2018 ingetrokken;
- eisers bijstand over de periode van 1 september 2017 tot en met 23 oktober 2017 herzien naar de norm voor een alleenstaande met toepassing van de kostendelersnorm, waarbij verweerder eisers inwonende broer, [A] (inwonende broer), als een kosten delende medebewoner heeft aangemerkt. Verweerder heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat eiser zijn inlichtingenplicht heeft geschonden door niet aan verweerder te melden dat zijn inwonende broer vanaf 1 september 2017 geen studie meer volgt. Door de schending van de inlichtingenplicht is ten onrechte de kostendelersnorm niet op eisers bijstand toegepast; en
- de over de periode van 1 september 2017 tot en met 23 oktober 2017 ten onrechte gemaakte kosten van bijstand tot bedrag van € 735,08 bruto (= € 466,42 netto) van eiser teruggevorderd.