Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
verdachte NN7 [Nn] [nummer] [is].” [5]
Rechtbank Midden-Nederland
Een 28-jarige man werd vervolgd voor het kraken van een pand aan de Krakelingenweg te Zeist, dat echter nog in gebruik was als oefenpand voor het arrestatieteam van de politie. De rechtbank oordeelde dat het primaire ten laste gelegde feit van kraken niet bewezen was omdat het pand niet verlaten was door de rechthebbende.
Subsidiair werd verdachte vervolgd voor wederrechtelijk binnendringen en vertoeven op het pand en het erf. Hoewel bewezen werd geacht dat verdachte op 14 maart 2019 met anderen aanwezig was en niet vertrok na sommatie, ontbrak in de tenlastelegging het bestanddeel dat verdachte zich niet op de vordering van de rechthebbende aanstonds verwijderde. Hierdoor kon het subsidiaire feit niet strafbaar worden verklaard.
De rechtbank oordeelde dat het optreden van politie en vervolging proportioneel en noodzakelijk was, en verwierp het verweer dat sprake was van een vreedzame demonstratie die vervolging uitsloot. De acht andere verdachten werden ontslagen van alle rechtsvervolging wegens ontbreken bewijs van betrokkenheid bij het binnendringen.
De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding omdat geen straf of maatregel werd opgelegd. Verdachte werd vrijgesproken van het primaire feit en ontslagen van rechtsvervolging voor het subsidiaire feit.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van kraken en ontslagen van rechtsvervolging voor subsidiaire huisvredebreuk wegens ontbreken strafbaar bestanddeel.