ECLI:NL:RBMNE:2019:2160
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- K. de Meulder
- Y.N.M. Rijlaarsdam
- G.C.W. van der Feltz
- Rechtspraak.nl
Beoordeling waardevaststelling hotel en vergoeding overschrijding redelijke termijn
De zaak betreft een beroep van eiseres tegen de WOZ-waardevaststelling van een hotel met 80 kamers en meerdere horecagelegenheden, vastgesteld op €7.548.000,- voor het belastingjaar 2017. Verweerder heeft de waarde bepaald aan de hand van drie waarderingsmethodes, die allen nagenoeg dezelfde waarde opleverden. Eiseres betoogde dat het leegstandsrisico te laag werd ingeschat en dat de waarde daardoor te hoog was vastgesteld.
De rechtbank oordeelt dat verweerder met het taxatierapport en de toelichting ter zitting aannemelijk heeft gemaakt dat de vastgestelde waarde niet te hoog is. Het argument van eiseres om een leegstandsrisico van 20% toe te passen wordt verworpen omdat verweerder aannemelijk maakte dat de situatie van het hotel waarnaar eiseres verwijst niet vergelijkbaar is. Eiseres heeft geen tegenrapport overgelegd dat de waarderingsmethodiek betwist.
Daarnaast is vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van het bezwaar is overschreden met ruim twee maanden. De rechtbank kent daarom een immateriële schadevergoeding van €500,- toe, volledig toe te rekenen aan de rechtbank en dus ten laste van de Staat. Tevens wordt de Staat veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waardevaststelling wordt ongegrond verklaard, met een schadevergoeding van €500,- wegens overschrijding redelijke termijn.