Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGINGEN
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGEL
- een uittreksel justitiële documentatie betreffende verdachte van 12 maart 2019 waaruit volgt dat hij eerder is veroordeeld ter zake van vernieling;
- voornoemd PBC-rapport van 1 maart 2019.
9.BENADEELDE PARTIJ [slachtoffer]
cadeaus vanwege de hulpverlening, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
€ 25.000,-.
€ 26.765,01toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 21 augustus 2018 tot de dag van volledige betaling.
€ 26.765,01,te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 21 augustus 2018 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 168 dagen hechtenis, waarbij toepassing van de hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
5 jaren;
ter beschikking wordt gestelden beveelt dat hij van overheidswege wordt verpleegd;
26.765,01;
meer gevorderde niet-ontvankelijkin de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
26.765,01te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 augustus 2018 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 168 dagen hechtenis;