Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- de pleegperiode dient te worden bepaald van juli 2016 tot en met 6 december 2016
- de dwangmiddelen bestaan uit:
misbruik maken van een kwetsbare positie;
misbruik maken van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht;
huisvesten;
(22-02-2016)
(sinds 27-04-2016 gesignaleerd als zijnde vertrokken met onbekende bestemming)
handeling(en)(werven, vervoeren, overbrengen, huisvesten en/of opnemen), (een)
middel(en)(dwang, (bedreiging met) geweld of een andere feitelijkheid, afpersing, fraude, misleiding, misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of van een kwetsbare positie), en het
oogmerk van uitbuiting.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
onder 1 en 2bewezen verklaarde levert volgens de wet
telkenshet volgende strafbare feit op:
onder 3bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op:
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
- dat de omstandigheden waaronder [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hun prostitutiewerkzaamheden moesten verrichten erbarmelijk waren. Zo vonden de seksuele contacten plaats in hetzelfde bed en in dezelfde kamer als waar [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] sliepen en woonden. In het geval één van de dames seksueel contact had met een klant moest de ander zich ophouden in de badkamer;
- dat de bewezen verklaarde mensenhandel in samenwerking met mededaders plaatsvond.
- dat verdachte niet de initiatiefnemer is geweest en in verhouding tot zijn mededaders een geringere rol heeft gehad, die eruit bestond dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] in zijn woning zijn ingetrokken, hij seksadvertenties betreffende de prostitutiewerkzaamheden van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft aangemaakt en omhoog heeft gebeld en dat hij het door hun met prostitutie verdiende geld geregeld ophaalde en aan zijn mededaders gaf;
- dat verdachte, die verslaafd was aan cocaïne, anders dan zijn mededaders in aanzienlijk mindere mate gewin heeft gehad bij de uitbuiting van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . Verdachte kreeg in ruil voor zijn werkzaamheden en het ter beschikking stellen van zijn woning maar een klein deel van de opbrengst en werd veelal ‘zoet’ gehouden met het krijgen van cocaïne.
- depressieve stoornis, eenmalige episode, ernstig zonder psychotische kenmerken;
- autismespectrumstoornis: niveau 1 ‘vereist ondersteuning’
- antisociale persoonlijkheidsstoornis (trekken van)
- ongespecificeerde parafiele stoornis
- stoornis in cannabisgebruik; matig (in langdurige remissie)
- stoornis in het gebruik van cocaïne: ernstig (in langdurige remissie)
- stoornis in alcoholgebruik: licht
- verstandelijke beperking: licht.
9.BENADEELDE PARTIJEN [slachtoffer 1] EN [slachtoffer 2]
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
gevangenisstrafvan
180 dagen;
179 dagenvan deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
taakstrafvan
240 uren;