Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- het verzoekschrift met producties,
- het verweerschrift met producties,
- de mondelinge behandeling waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt,
- de pleitaantekeningen van [verzoeker] .
Rechtbank Midden-Nederland
Op 4 mei 2014 raakte de speler [verzoeker] ernstig geblesseerd door een tackle van [verweerder] tijdens een voetbalwedstrijd tussen hun teams. [Verzoeker] liep een dubbele beenbreuk op en de wedstrijd werd gestaakt. De scheidsrechter gaf [verweerder] een rode kaart en rapporteerde een buitensporige overtreding. De KNVB tuchtcommissie legde een schorsing op aan [verweerder].
[Verzoeker] stelde dat de tackle onrechtmatig was omdat deze buiten het normale risico van het spel viel en vorderde vaststelling van aansprakelijkheid. [Verweerder] betwistte dit en stelde dat hij een normale sliding maakte, gericht op de bal, waarbij hij steeds contact met de grond hield. De rechtbank beoordeelde het geschil in een deelgeschilprocedure, waarbij geen aanvullende bewijslevering mogelijk was.
De verklaringen van getuigen waren verdeeld; spelers van [voetbalvereniging 1] ondersteunden het standpunt van [verzoeker], terwijl spelers van [voetbalvereniging 2] en de grensrechter de visie van [verweerder] onderschreven. De rechtbank achtte de beschikbare informatie onvoldoende om vast te stellen dat de tackle buiten het normale sportrisico viel. Ook achtte zij het oordeel van de tuchtcommissie niet beslissend omdat het beroep van [verweerder] nog niet is behandeld.
De rechtbank wees het verzoek af en begroef de redelijke proceskosten op €4.737,75, zonder veroordeling tot betaling daarvan. De afwijzing is gebaseerd op het ontbreken van voldoende bewijs voor onrechtmatig handelen van [verweerder].
Uitkomst: Verzoek tot vaststelling aansprakelijkheid wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs dat de tackle buiten het normale sportrisico viel.