Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 28 september 2018 in de zaak tussen
mr.drs. [eiser] , te [woonplaats] , eiser
Zorginstituut Nederland, verweerder
Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V.te Leiden (Zilveren Kruis), gemachtigde: mr. B. Megens.
Procesverloop
Overwegingen
- alle stukken gedateerd, opgemaakt of op een andere wijze gecreëerd op of na 1 juli 2016 in het bezit van/aanwezig bij Zorginstituut Nederland ten aanzien van taperingstrips (medicatie op rol voor een bepaalde periode waarmee dagelijkse dosis van ene medicijn geleidelijk een stuk wordt verlaagd), daaronder begrepen doch niet beperkt tot brieven, e-mails, notities (telefonische) correspondentie, agenda’s van vergaderingen, notulen verslagen van interne besprekingen, besprekingen met derden of anderszins, concepten, samenvattingen en conclusies van besprekingen en/of met derden;
- alle stukken met betrekking tot taperingstrips waar Zorginstituut Nederland op het moment van ontvangst van het Wob-verzoek over beschikt, ook indien dit stukken betreft die Zorginstituut Nederland in haar bezit heeft, maar waarbij Zorginstituut Nederland niet de gedresseerde is.
www.kpzv.nlonder zaaknummer SGKZ201601491. De rechtbank overweegt dat voor zover de informatie in het conceptadvies overeenkomt met die in de definitieve versie, de informatie van overheidswege openbaar is, zodat de Wob daarop niet van toepassing is. Daar waar de informatie in het document niet overeenkomt met de reeds openbaar gemaakte versie, is de rechtbank van oordeel dat het document voorstellen, adviezen en argumenten bevat die naar het oordeel van de rechtbank zijn aan te merken als persoonlijke beleidsopvattingen in de zin van artikel 1, onder f, van de Wob. Voor zover het document feitelijke gegevens bevat zijn die zodanig nauw met die beleidsopvattingen verweven dat verweerder ook die gegevens met een beroep op artikel 11 van Pro de Wob heeft mogen weigeren.