ECLI:NL:RBMNE:2018:3531
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde bovenwoning met overdrachtsfictie en parkeervergunning
Eiser betwistte de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van een bovenwoning uit 1900, met een gebruiksoppervlakte van 154 m2, en stelde een lagere waarde van €374.000 voor. Verweerder handhaafde de waarde van €462.000 na correctie op bezwaar. De rechtbank oordeelde dat verweerder aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld, onderbouwd met een taxatierapport en vergelijking met vergelijkbare woningen.
Eiser voerde aan dat onvoldoende rekening was gehouden met het feit dat de woning niet officieel gesplitst was en dat dit een waardedrukkend effect had, mede door het ontbreken van een parkeervergunning. De rechtbank stelde vast dat op grond van artikel 17 van Pro de Wet WOZ de overdrachtsfictie geldt, waarbij de woning gewaardeerd wordt alsof deze juridisch zelfstandig is en het recht op parkeervergunning daaraan verbonden is. Kosten van splitsing en het ontbreken van een parkeervergunning mogen niet in de waardering worden betrokken.
Verder verwierp de rechtbank de bezwaren van eiser over het gebruik van andere referentiepanden in beroep, de transactiedatum van een referentiewoning en de geschiktheid van een door eiser aangedragen kantoor-/industriepand als vergelijkingsobject. De waarde van de woning is vastgesteld op de waarde in het economische verkeer, waarbij de ficties van overdracht en verkrijging centraal staan.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de vastgestelde WOZ-waarde van €462.000. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €462.000 wordt ongegrond verklaard.