Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De overwegingen van de kantonrechter
2.De beslissing
maandag 14 mei 2018 om 10.30 uurin het gerechtsgebouw aan het Vrouwe Justitiaplein 1 te Utrecht;
Rechtbank Midden-Nederland
De procedure betreft het verzoek van de werknemer tot vernietiging van het ontslag op staande voet door haar werkgever, die inmiddels failliet is verklaard. De werkgever heeft een tegenverzoek ingediend tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Na het faillissement van de werkgever heeft de curator aangegeven dat de procedure geschorst dient te worden voor zover het gaat om vorderingen die uit de boedel voldaan moeten worden.
De kantonrechter oordeelt echter dat het verzoek tot vernietiging van het ontslag en de verklaring voor recht over de rechtsgeldigheid daarvan zelfstandige betekenis hebben, omdat het niet alleen gaat om financiële vorderingen maar ook om herstel van eer en goede naam. Daarom wordt de procedure voortgezet op grond van artikel 28 Faillissementswet Pro.
De mondelinge behandeling wordt voortgezet op 14 mei 2018, waarbij de werknemer zal moeten reageren op het ontbindingsverzoek van de werkgever. De curator kan te allen tijde de procedure namens de werkgever overnemen. Alle overige beslissingen worden aangehouden.
Uitkomst: De procedure tot vernietiging van het ontslag op staande voet wordt voortgezet ondanks het faillissement van de werkgever.