ECLI:NL:RBMNE:2018:298
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging opschorting bijstandsuitkering wegens vermoedelijke gezamenlijke huishouding
Eiseres ontving een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet, gebaseerd op de aanname dat zij alleen woonde. Na een huisbezoek en onderzoek door de Sociale Recherche ontstond het vermoeden dat eiseres samen met een ander een gezamenlijke huishouding voerde, wat gevolgen had voor haar uitkering. Verweerder schortte de uitkering op en trok deze later in, met terugvordering van onverschuldigde betalingen.
Eiseres maakte bezwaar tegen de besluiten, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard. In hoger beroep richtte zij zich uitsluitend op de intrekking en terugvordering, niet op de opschorting. De rechtbank oordeelde dat het beroep daarom niet tot vernietiging van de opschorting kon leiden.
De rechtbank bevestigde dat de opschorting terecht was gehandhaafd en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de opschorting van de bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard.